Van vloeibare grondstof naar een vast object.

Hoewel het grootste gedeelte van de
bevolking vandaag de dag wel gehoord heeft van 3d printen, weten de meeste
mensen nog steeds niet welke materialen hiervoor gebruikt kunnen worden en/ of
hoe het precies in zijn werk gaat. Er zijn veel materialen beschikbaar voor een
mooi resultaat/ object dat door een 3d printer is gemaakt. Echter wordt er in
dit artikel alleen aandacht besteed aan het materiaal carbon.

 Carbon is een stof die
bestaat uit dunne (koolstof)vezels die een dikte hebben van minder dan 10 micrometer
(dit is minder dan 1/5e van de dikte van een mensenhaar). Door de
unieke eigenschap van de vezels (alleen sterk in de lengterichting) worden de
vezels in diverse richtingen gelegd en vervolgens geweven tot matten. Doordat
de vezels geweven zijn tot matten, zijn de vezels nog dichter op elkaar
geplakt. Om de vezels vervolgens op hun plaats te houden wordt er gebruik
gemaakt van hars (een soort lijm).

Nu het begrip carbon verduidelijkt
is (voor degene die dit nog niet (precies) wist), kunnen we gaan kijken naar de
werking van carbon als materiaal voor 3d printing. ‘Traditionele’ 3d
printers bouwen een object laagje voor laagje op, maar door de vloeibare
toestand van carbon wordt dit materiaal anders verwerkt. Er wordt tijdens dit
proces gebruikt gemaakt van CLIP (Continuous Liquid Interface Production)
techniek. Bij deze techniek wordt speciale hars gebruikt die alleen opdroogt
als het in aanraking komt met UV-licht en zonlicht.

In de bak
met deze speciale hars wordt aan de onderzijde van de bak, met UV-licht, het
gewenste patroon/ ontwerp geprojecteerd. Door het UV-licht zal de hars opdrogen
en kan de printer het ontwerp naar boven (uit de bak halen). Een groot voordeel
van deze manier van printen is dat het object uit één geheel bestaat. Dit zorgt
ervoor dat het object (veel) steviger is in vergelijking met objecten uit
andere soorten 3d printers.